Pasen
Algemeen
Pasen valt elk jaar op een andere datum: namelijk op de eerste zondag, na de eerste volle maan, in de lente.
Een prachtige uitdrukking: Als ieder kind dezelfde kip knipt, kan het zijn ei niet kwijt!
Inleiding
Pasen is het feest van de opstanding. Deze opstanding van Christus na zijn kruisdood is eigenlijk pas voor oudere kinderen te begrijpen.
Voor kleine kinderen gaat het voornamelijk om de paashaas, de kuikentjes en de eieren. We kunnen ze wel laten beleven hoe alles in de natuur opnieuw tot leven komt.
De uitdrukking "Op je Paasbest": Vroeger was het zo dat je met Pasen nieuwe kleren kreeg dan zag je er keurig uit. Vanaf Pasen hoefden de meisjes niet langer een maillot aan, ze mochten ook weer met blote benen.
Kringgesprek (1)
Vertel het verhaal 'De Paasmaan' doe daarna een kringgesprekje.
Wat is er toch met het kleine haasje?
Wie kan het versje opzeggen?
Wat betekent dat versje?
Heb je wel eens naar de maan gekeken; is hij altijd hetzelfde?
Hoe komt het dat de maan telkens anders is? (Leuk om een globe erbij te halen)
Kringgesprek (2)
Het ei gold vroeger als iets heiligs.
Het werd gezien als het symbool voor het ontkiemende leven.
Leggen alleen kippen eieren? (zie het project: Dieren uit eieren)
Welke dieren dan nog meer?
Andere vogels en sommige dieren.
Slangen: soms wel 30 eieren in een nest.
Krokodillen: die beginnen al te kwaken in het ei, omdat het zo krap is.
Pinguïn: één ei per keer.
Schildpad: moeder schildpad broed ze niet zelf uit, dat laat ze de zon doen.
Hagedissen: leggen hun eieren zomaar in het zand.
Vlinders, lieveheersbeestjes, spinnen enzovoorts leggen ook eitjes.
Het grootste vogelei is van een struisvogel, het struisvogelei weegt bijna drie pond,
dat is net zoveel als drie grote (of zes kleine) pakken koffie. Een struisvogel legt tien tot twaalf eieren per keer.
Het kleinste vogelei is van de kolibrie, zij legt er maar twee tegelijk.
Lesideeën
Paas- en Lentetafel
De Lente-tafel wordt aangevuld met allerlei leuke paasspulletjes.
De kinderen kunnen van thuis spulletjes meenemen.
En er worden natuurlijk knutselwerkjes gemaakt.
Sorteren
In het winkeltje van de paashaas is het een drukte van belang.
Alle eieren liggen door elkaar, de paashaas wil ze netjes sorteren.
Alle gele bij elkaar, alle blauwe bij elkaar.
En dan komt er een bestelling binnen de vrouw van de bakker wil
vier bakjes met zeven verschillende eitjes.
Dus: rubriceren, sorteren, ordenen, catagoriseren, tellen.
Je kunt het zo gek niet bedenken of het kan met gekleurde eitjes·
Er kunnen natuurlijk chocolade- of suikereitjes gebruikt worden.
Maar het kan ook met uit papier geknipte eitjes.
Paasspreekwoorden:
De kip met de gouden eieren slachten. = Iets waar je veel voordeel van hebt kwijtraken, of weggooien.
Op eieren lopen. = Heel voorzichtig doen, zodat de ander niet boos of gekwetst zal worden.
Haantje de voorste. = Overal als eerste bij zijn. In een kippenren is de haan altijd de baas.
Op je Paasbest. = Met je mooiste kleren aan.
Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen. = Dus nooit.
De bloemetjes buiten zetten. = Feestvieren. Na de winter kunnen de bloemen weer in de tuin gezet worden, dat is natuurlijk heel feestelijk.
Paasspelletjes
Gebruik hardgekookte eieren, kalkeieren of chocolade-eieren.
Eieren rollen
Elke speler laat zijn ei van een heuvel naar beneden rollen. Gewonnen heeft degene van wie het ei het verst gerold is en/of het minst beschadigd. Je kunt dit spel ook op vlak terrein spelen.
Knikkeren met eieren
Als voorbereiding wordt een kuiltje in de grond gegraven. Vanaf een afgesproken plaats rollen de spelers nu hun eieren om de beurt naar het kuiltje. Wie zijn ei erin rolt, krijgt een “schat”. Wie na verschillende malen rollen de meeste schatten heeft, is de winnaar. Als variant kan ook een zelfgemaakte paashaas neergezet worden. Nu is het de bedoeling om de eieren zo dicht mogelijk bij de haas te rollen.
Eierlopen
Elke speler krijgt een ei op een eetlepel in de hand en moet daarmee een bepaald traject afleggen – vanzelfsprekend zonder het ei te laten vallen. Wie het afgesproken doel als eerste veilig bereikt, heeft gewonnen. Door hindernissen kan het extra moeilijk gemaakt worden. Oudere spelers mogen het ook eens met een theelepel proberen.
Haasje, vang!
De spelers vormen een kring. In het midden staat een speler met een mand of nest. Onder het roepen van “haasje, vang!” werpen allen om beurten hun (plastic) ei naar het midden. Het “haasje” probeert de eieren te vangen.
Eitjetikken
Iedere speler houdt een hardgekookt ei in de hand. Op commando wordt elk ei tegen het ei van een andere speler getikt of aangestoten. De speler van wie het ei de minste sporen van de botsing vertoont, heeft gewonnen. Naar keuze kunnen één of twee uiteinden van het ei aangestoten worden: eerst de spitse uiteinden onder het toeroepen van ”spits-spits” en dan de stompe uiteinden onder het toeroepen van “stomp-stomp”.
Haasje, zoek!
De spelers vormen een kring. In het midden zit een speler gehurkt met een blinddoek om. Zes eieren worden om hem heen neergelegd. Terwijl de anderen een lied zingen, moet het “haasje” door voorzichtig te voelen de eieren proberen te vinden. Is het lied afgelopen, dan tellen hoeveel eieren er gevonden zijn.
Wie heeft het ei?
De spelers staan in een kring, zingen een lied en geven tegelijkertijd achter hun rug een ei door. In het midden zit een speler met gesloten ogen. Na het lied roepen de kinderen: “Eén, twee, drie wie heeft het ei?”. Nu mag hij de ogen openen en raden wie het ei achter zijn rug verstopt heeft. Natuurlijk moeten alle spelers hun handen op de rug houden.
Ei-slaan
Aan een boom of een gespannen touw hangt een groot, bont beschilderd kartonnen paasei. Eén speler wordt geblinddoekt. Hij wordt rondgedraaid totdat hij zijn oriëntatie kwijtraakt. Nu moet hij proberen om met een stok tegen het ei te slaan. Hoe vaak lukt dit bij drie pogingen?
Recept

Paasbroodjes
Van witbroodmix kun je verschillende leuke broodjes voor Pasen maken.
Als je er (van te voren gekookte) eitjes inlegt geeft dat een extra leuk paaseffect.
Je kunt bijvoorbeeld een paashaantje, een nestje of een paashaas maken.
Boeken en verhalen
Liselotje en het Paasfeest. Door Marianne Busser en Ron Schröder. (ISBN: 90 269 9056 1)
De dierendraaimolen. Door Johnny Morris. (ISBN: 90 359 0846 5) Een leuk draaiboekje over de kringloop van verschillende dieren. (o.a. eendjes, kikkers en schapen)
Kijk hoe ik groei. Uitgeverij Van Reemst. Onder andere deeltjes over: Kuikens, Eendjes, Lammetjes, Konijntjes enz.
Kom uit je ei kleintje. Een kijk- en voelboekje. Door Shen Roddie. Uitgeverij Sjaloom.
Nog een nachtje slapen. Door Jacques Vriens en Dagmar Stam. Uitgeverij Van Holkema en Warendorf.
Haas Huppel en de Paashaas. Marcus Pfister. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Een heel bijzonder paascadeau. Door Christa Unzner. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Weet jij waar de maan woont? Door Ovan Gantschev. Uitgeverij De Vier Windstreken.
Het allermooiste ei. Door Willem Wilmink. Een Gottmer Prentenboek. (ISBN: 90.257.1658.x)
De Paasmaan
Toen het voorjaar was begonnen werden de dagen weliswaar langer dan de nachten, maar toch vond het kleine haasje in het bos het nog ijzig koud buiten. Op een morgen werd het wakker op zijn bedje van mos; het vroor zo erg dat het diertje over heel zijn lichaam beefde. Het sprong op en rende naar zijn moeder toe, die juist de verf aan het mengen was.
'Ik heb het zo verschrikkelijk koud', klaagde het hazenjong. 'Wordt het dan nooit warmer?'
'Wacht nog een poosje, tot het Pasen wordt', zei de hazenmoeder.
'Wanneer wordt het Pasen?' vroeg het haasje.
De paashazenmoeder wist het wel:
Pas als de volle maan ontwaakt
en zich zo rond als de zonne maakt,
kan het hier op aarde weer Pasen worden.
De paashazenvader zat vlakbij onder het struikgewas. Hij had een kleine veer in zijn poot en beschilderde daarmee de eieren. Het kleine haasje sprong naderbij en keek met verbazing toe. 'Oh, wat zijn die eieren mooi! Waarom schilder je er zulke prachtige kleuren op?'
'Dat is voor Pasen, want dan worden ze verstopt voor de kinderen.'
'Dan wil ik ook graag meehelpen. Wanneer is het Pasen?'
Vader haas antwoordde:
Pas als de volle maan ontwaakt
en zich zo rond als de zonne maakt,
kan het hier op aarde weer Pasen worden.
Het haasje had de maan al vaak gezien, vooral als het diertje 's avonds bij zijn vader en moeder aan de rand van het bos mocht rondspringen. Maar het had nog nooit gemerkt, dat de maan er niet steeds hetzelfde uitzag.
Meteen wilde het uit het struikgewas springen om te zien of de maan er al was. Blij sprong het door de vochtige, bruine bladeren en maakte daarbij een egel, die nog maar net uit zijn winterslaap ontwaakt was, aan het schrikken.
'Ik heb het zo verschrikkelijk koud', riep onze kleine stekelige vriend. 'Weet jij soms wanneer het warmer wordt?'
'Zodra het Pasen wordt, dan wordt het warmer', zei het haasje.
'Wanneer is het dan Pasen?'
Pas als de volle maan ontwaakt
en zich zo rond als de zonne maakt,
kan het hier op aarde weer Pasen worden.
Wist het haasje en sprong weg. Kort daarna zag het een koekoek. Die had de hele lange winter in een ver warm land doorgebracht. Nu zat de vogel met een opgezet verenkleed op een tak te bibberen: 'Het lijkt wel of ik te vroeg ben teruggekeerd'. Riep hij, 'weet jij soms, wanneer het warmer wordt?'
'Als het Pasen wordt, dan zal het warmer worden', antwoordde de kleine haas.
'Wanneer is het Pasen?'
Pas als de volle maan ontwaakt
en zich zo rond als de zonne maakt,
kan het hier op aarde weer Pasen worden.
riep het haasje en sprong verder naar de rand van het bos. Toen hij daar aankwam, zag hij nog net hoe de grote ronde zon achter de bergen onderging. Het haasje rende de wei op en keek om zich heen om de maan te zoeken. Maar hoe het ook zocht, het kon de maan niet vinden. Pas toen het begon te schemeren werd een klein, zilveren sikkeltje aan de hemel zichtbaar.
Een nachtuil vloog voorbij. 'Wat doe jij hier?' 'wilde hij weten. 'Moeten kleine hazen niet allang slapen?'
'Ik wil graag zien, wanneer de maan rond wordt', antwoordde het hazenkind.
'Oehoe', lachte de nachtvogel, 'vannacht wordt ze zeker nog niet rond en morgen ook nog niet. Waarom wil je dat eigenlijk zien?'
'Omdat ik wil weten wanneer het Pasen wordt.'
'Wanneer is het dan Pasen?'
Pas als de volle maan ontwaakt
en zich zo rond als de zonne maakt,
kan het hier op aarde weer Pasen worden.
antwoordde het kleine haasje.
'Het duurt nog vele dagen voor de volle maan schijnt. Iedere avond wordt ze weer een beetje voller', wist de uil. Het hazenkind bedankte de uil en keerde naar huis terug. Maar alle volgende avonden kwam het steeds weer naar dezelfde plek terug om naar de hemel te kijken. En het merkte, dat de uil gelijk had. Iedere avond stond de maan wat ronder aan de hemel en straalde met een helderder licht, tot ze op een zekere avond helemaal rond was.
Toen sprong het haasje vrolijk naar huis en riep: 'Vandaag is de maan net zo rond als de zon: Wordt het nu Pasen?'
'Ja', antwoordde de hazenvader, 'ook bij de mensen hebben de kinderen al heel lang op dit ogenblik gewacht. Nu mag jij ons helpen om de eieren te verstoppen.'
Expressie
Paasmode
Je hebt nodig: Gekookte eieren, witte koffiefilterzakjes, gewone viltstiften, wc rolletjes, bruin papier (voor de oren) en een plantenspuit.
Teken met viltstiften streepjes op het koffiefilter, zet het over een closetrolletje heen en maak er een kuiltje om het ei in te leggen. Het ei kan als paashaashoofd versierd worden met stift en karton. Tenslotte de jurk van de paashaas nat sproeien (neem wel even het paashazenhoofd eraf, anders loopt dat ook nog door).

Een groot plat paasei
Twee even grote paaseieren uit laten knippen en mooi versieren.
Een ondergrond van stevig groen papier. Eerst een randje omvouwen.
Aan weerszijden in knippen als grassprietjes.
De paaseieren er tussenin plakken en aan de bovenkant vastplakken.

Een eierwarmer
Van vilt uit dubbele stof kuikentjes knippen. Met een festonsteekje vast maken. De vleugeltjes, het snaveltje en het kammetje er met textiellijm erop vast lijmen. Twee kralen als oogjes vastnaaien.

Een kuiken in een ei
Een ei uitknippen en zig-zag-doorknippen.
Een kuikentje in het onderste gedeelte plakken, bovenste helft als mutsje gebruiken. (net als Calimero)
  
Paashaasjes en mandjes vouwen
Zie voorbeelden hierboven.
Paaseihuis
Maak om een ballon een laag papiermaché van kranten en plaksel.
Goed laten drogen (aan een touwtje aan een lijn), daarna schilderen.
Een groene strook in de lengte doormidden vouwen en grassprietjes inknippen.
Als een ring vormen en vastnieten. Het paasei kan erin staan.
Raampjes uitprikken en kuikentjes erachter plakken.
(Dit kan met gewone-, maar natuurlijk ook met kleine waterballonnen.)

Gipsgieten
Een eitje uitblazen en uitspoelen. Doe wat gips in een stevig plastic boterhamzakje. Knip een klein stukje van een puntje af. Knijp voorzichtig in de zak, zodat de gips rustig in het eitje komt. Maak een draadje aan een lucifer vast en steek de lucifer in het ei. Het ei kan dan aan het draadje opgehangen worden. Mooi versieren. Je kunt dit ook doen zonder gips erin te gieten, dan is het alleen wat breekbaarder.
Een open eitje
Een flink stuk eierdop (ganzenei) kun je aan de binnenkant versieren.
Erg leuk voor de priegelaars.

Donzen kuikentje
Een pompoen maken van geel, wit en/of bruine wol. Met behulp van twee bierviltjes met een gat erin. Stevig en vol omwinden, losknippen en een stevige draad ertussen om alles vast te zetten. Versieren met vilt.

Vlechten
Een mandje vlechten van vlechtstroken.
Je gebruik dubbele stroken.
Uitleggen aan de kinderen als 'happen' en 'slikken' van de ooievaar.
Zie de tekening. Als je de techniek eenmaal onder de knie hebt
kunt je er veel verschillende mandjes, servetringen, boekenleggers
en zelfs schilderijlijstjes mee maken.

Stroken vlechten
Om te kunnen vlechten moet het kind een bepaalde motorische rijping hebben. Bovendien moet de kleuter kunnen tellen. Het beste is het om vlechten individueel aan te bieden. Ook heel belangrijk is dat de juf thuis goed geoefend heeft en voorbeelden bij de hand heeft.
We gaan bij ieder vlechtwerk uit van de boekenlegger in twee kleuren. Er worden verschillende voorbeelden klaargelegd. Ook een voorbeeld met afwerkingsmogelijkheden hoort op tafel te liggen.
Een afwerking kan geknipt of gevouwen en teruggestoken worden. Soms moeten er afwerkingsplakkertjes (ronde stickertjes) gebruikt worden, om te voorkomen dat het werkje los laat.
De techniek
Twee lange dubbel gevouwen stroken evenwijdig aan elkaar leggen.
Maar de vouw van de eerste strook ligt bij de openkant van de andere strook.
Van een andere kleur, twee lange dubbel gevouwen stroken
op de vouw doorknippen; en weer dubbelvouwen.
De korte vlechtstrookjes gaan aan het werk:
“Happen en slikken”, net als de bek van een ooievaar.
Bij “happen” gaat de bek open en om de dubbele lange strook;
bij “slikken” gaat de bek dicht en tussen de dubbele lange strook.
Hobbelkip
Kleur de bouwplaat van de hobbelkip.
Knip of prik het uit.
Strookje ertussen plakken.
Materiaal

Liedjes en versjes
De paashaas en wij (bladmuziek)
Ringelrei, ringelrei,
om het huis dansen wij
en de paashaas zit erbij.
Op zijn rug heeft hij een ei.
Ringel, ringel, ringelrei
Ringelrei, ringelrei,
mooie liedjes zingen wij
want dat maakt de paashaas blij
Geef ons nog een extra ei.
Ringel, ringel, ringelrei
Paasverwachting (bladmuziek)
Oh, wat fijn die zonneschijn
heel gauw zal het Pasen zijn
dan gaan wij de eitjes zoeken
overal in alle hoeken
Paaseieren zoeken (bladmuziek)
Wij willen zoeken in alle hoeken,
onder de linden zullen wij 't vinden:
een nestje van hooi, een rood-gouden ei!
Oh, paashaas, spring jij soms hier voorbij?
De Paashaas (bladmuziek)
De paashaas, de paashaas die is weer in het land.
En aan zijn ene pootje, daar hangt een grote mand.
Die mand zit vol met eieren, bim, bam, beieren
En volgend jaar komt hij weer om, bim, bam, bom.
Gefopt!
Kip, zei de boer, zei de boer, wat zie ik nou?
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is blauw!
Ja, zei de kip, zei de kip dat krijg je nou
het vriest en daarom ziet mijn ei blauw van de kou!
Kip, zei de boer, zei de boer, ik schrik me dood!
Kip, zei de boer, zei de boer, dit ei is rood!
Dat, zei de kip, zei de kip, komt door de haan
ik moet steeds blozen, want hij kijkt me zo lief aan!
Hoi, zei de boer, zei de boer, een ei van goud!
Hoi, zei de boer, zei de boer, van zuiver goud!
Dat, zei de kip, zei de kip, dat heb je mis
het is geverfd, omdat het bijna Pasen is!
Ei, ei (bladmuziek)
Zoek voorzichtig in het gras
Langs de rand van het terras
Geel en rood, net toverij.
Kijk, daar ligt het eerste ei.
Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.
Bij de struiken ligt er heus
weer één voor mijn neus
Rood gestippeld, paars genopt
Nou die liggen goed verstopt
Ei, ei, zoek maar mee
Ei, ei, goed idee
Ei, ei, zeg me na
Eieren van chocola.
Paashaasje spelen (Als: Zakdoekje leggen)
Paashaasje spelen, 't zal je niet vervelen
'k loop hier met m'n mandje rond
alle eitjes liggen op de grond
blauw en groen en rood en geel
mooie eitjes, 't zijn er veel.
Kijk voor je, kijk achter je...
Wie het mandje heeft mag me tikken!
Liedjes uit Praxisbulletin:
Het kuikentje. Maart 1994
Vrolijk Pasen. Maart 1997
't Is voorjaar en 't is Pasen. April 1998
Ik wil eruit!
Eenentwintig lange dagen
zat ik in mijn kippenei
ik wil eruit, ik wil vrij
ik prik een gaatje in het ei
nog een stukje, nog een rukje
wat is dat een zwaar karwei.
Even rusten, even hijgen
even droge veertjes krijgen,
even pootjes uitproberen,
en dan loop ik, en dan kruip ik
lekker onder moeders veren.
Weggelopen
Een kipje en een kuikentje,
die liepen uit het hok.
Piep, piep, zei ‘t kleine kuikentje
en ‘t kipje zei, tok, tok.
En vader haan dacht bij zichzelf:
wat moet dat met die twee
die kip en dat kleine kuikentje
ik ga wel met ze mee.
Zo liepen ze te wandelen
van je kukeleku, toktok!
Maar plotseling kwam de boer er aan
en joeg ze weer terug in ‘t hok.
Paashaas
Lief klein haasje, wil je morgen
Bij ons paaseitjes bezorgen?
Lief klein haasje, breng ons snel
Bonte eitjes uit het veld.
Groene twijgjes, mos heel zacht
Hebben we voor het nest gebracht.
Gras en klaver om te eten
Zijn wij evenmin vergeten.
Wanneer wij aan ons bed toe zijn,
Gaat de waakhond aan de lijn,
Opdat je ongestoord je gang kunt gaan.
De enige die toekijkt, is de maan.
Paasklokken
De klokken bim bam beieren.
De paashaas verstopt eieren.
Hij legt ze in de kleinste hoeken
En alle kinderen mogen zoeken.
Verrassing
Beste kip doe je mij morgen een pleziertje?
Leg dan een groot ei in een zilverpapiertje.
Want die harde eierdop,
kan ik haast niet pellen
En als je het doet dan zal ik jou
eens een heel mooi verhaal vertellen.
De jarige kip
Onze kip heet Annemie
maar 's zondags heet ze Therese
's zaterdags legt ze een ei of drie
maar 's zondags legt ze er zeven
En als ze jarig is, oh jee,
dan doet ze niets, welnee,
dan legt ze helemaal geen ei
dan neemt ze fijn een dagje vrij!
Het Paasei
Elke dag komt kleine Klaasje
langs de bakkersetalage,
maar nooit kan hij er voorbij.
hij moet kijken naar het ei.
't Is een ei met echte ramen,
drommen haasjes duwen samen
kiepkarren vol eieren voort
door de chocolade poort.
Op en af een ladder hippen
gele kuikentjes en kippen,
maar het mooist is bovenaan
met zijn hals gestrekt, de haan
En die duifjes dan, die witte,
die zo zoet op 't nestje zitten
en die vlag daar in de top
‘Vrolijk Pasen’ staat erop.
Toch vraag ik, zegt kleine Klaasje
enkel maar zo'n suikerhaasje,
want dat mooie wonderei
is toch veel te groot voor mij!
Pasen
Lagen er bij jou ook eitjes
zomaar in het malse gras?
In mijn tuintje lag er eentje
midden in een grote plas.
En toen kwam meneertje merel.
Vrouwtje, riep hij, kom eens zien.
Zeg eens, vrouwtje, zeg eens even:
Is dit ei van jou misschien?
‘t Bruine merelwijfje lachte.
Gekke man, je hebt het mis.
Kijk eens goed, dan zie je zeker
dat dit ei een paasei is!
De kip
Tokke, tokke tok
ik kom al uit mijn hok
ik leg hier dan heel blij
voor Pasen nog een ei.
Paashaas Peter Moor
Ik ben Paashaas Peter Moor
Ik rijd met m’n karretje overal door
Ik breng bij ieder kindje
een paasei met een lintje
Ik breng bij ieder deurtje
een paasei met een kleurtje.
Terug naar boven...
|