Het strand in de herfst
Algemeen
Tijdens de zomervakantie zijn de meeste kinderen wel een keer naar het strand geweest. In Nederland of in een ander land. Wij hebben het geluk dat we vlak bij de kust wonen. Dus hier speelt het strand een belangrijke rol in het leven van de kinderen. Dit project laat kinderen ondervinden dat het strand zelfs in de herfst erg interessant is. En dan vooral tijdens of vlak na een flinke storm.
Inleiding
Kringgesprek (1)
Zorg voor verschillende soorten schelpen.
Zoek de juiste namen erbij.
Wie is er wel eens naar ’t strand geweest?
Heb je toen ook schelpen gezocht?
Welke herken je; weet je hoe ze heten?
Wat is een schelp eigenlijk? (Het “skelet”, de “botjes” van een weekdier)
Leg uit dat er telkens twee schelpen zijn die aan elkaar vast zitten. Het weekdier woont er in. Hij houdt de schelp met twee spieren goed bij elkaar. Het weekdier is heel slap, heeft geen botjes zoals wij, maar een soort van harnas zoals een ridder, om zich te beschermen; de schelp dus. Een weekdier heeft een voet, waar hij zich mee kan verplaatsen, maar dat gaat niet zo snel, natuurlijk. Een weekdier zuigt water op, haalt er voedsel uit en spuugt het water weer uit.
Misschien willen de kinderen wel schelpen meenemen van thuis.
Kringgesprek (2)
Neem iets mee wat je op het strand gevonden hebt. Laat de kinderen een verhaal verzinnen van wie het geweest is, waar het vandaan komt, wat er gebeurd zou kunnen zijn, wat het is en hoe het op het strand is gekomen.
Een meisje uit mijn klas had in het verse zand van de zandbak een roestige ring gevonden, daar hebben we over gefantaseerd:
Het is een oorbel van een piraat. Hij was aan het vechten op een piratenschip en de andere piraat trok zijn oorbel uit zijn oor en smeet hem in zee. Toen namen de golven hem mee en spoelde hij aan op het strand.
Een ander meisje had een verweerd plankje (ongeveer 15x20cm) gevonden.
Toen we daar over begonnen te fantaseren kwamen de kinderen niet verder dan dat het een stuk van een vloer of muur was. Toen ben ik gaan fantaseren: Volgens mij zaten er eerst nog zijkanten aan en een deksel op met een mooi gouden slot. Dus eigenlijk was het de bodem van een schatkist. Een zeerover had het even op het dek van zijn schip gezet. Hij ging snel de kapitein roepen, maar toen ze terug kwamen zagen ze twee andere piraten erom vechten. De vechtersbazen gleden uit en met een mooie boog vloog de schatkist tegen het reling van het schip. De bodem vloog eraf en de hele schat, munten, sieraden en edelstenen, vlogen met kleine plonsjes de zee in. De delen van het kistje bleven drijven en spoelden op verschillende plaatsen langs de kust aan. Misschien kunnen we zelfs wel de schat vinden als we naar het strand gaan!
Ik wil wel weer naar het strand gaan om te kijken of er nog meer leuke dingen zijn aangespoeld, willen jullie met me mee?
Hoe komen we op het strand?
Hebben we daar hulp bij nodig?
Hoe vragen we dat?
Met een klein groepje een briefje naar de ouders schrijven.
Strandjutten
Met de kinderen naar het strand. Emmers, schepjes en plastic zakken mee.
We zoeken spullen op het strand en nemen ze mee naar school om er een tentoonstelling mee te maken. Misschien wordt het wel een soort “juttersmuseum”!
Taalontwikkeling
Gesprek over kwallen:
Wat is een kwal, wie heeft er wel eens eentje gezien?
Wie is er wel eens gestoken door een kwal, hoe voelt dat, wat kan je er aan doen?
Hoe groot is de grootste kwal op de wereld? (Portugees Oorlogsschip, ongeveer 10 meter lang, zeer giftig)
Misschien kan er een echte kwal opgehaald worden van het strand. Of anders misschien een boek of foto’s van kwallen.
Gesprek over eb en vloed:
Naar aanleiding van een verhaal. Bijvoorbeeld van Iris en Michiel, uit de bundel: Lekker weertje, koekepeertje. Waarin vader plotseling overspoeld wordt door een golf, terwijl hij ligt te zonnen.
Spreekwoorden over de zee
Water naar de zee dragen. = Onnodig werk doen.
Recht door zee zijn. = Eerlijk zijn. Zeggen wat je wilt.
Geen zee te hoog. = Nergens voor terugschrikken, alles durven.
Met iemand in zee gaan. = Met iemand gaan samenwerken.
Als los zand aan elkaar hangen. = Die teksten passen helemaal niet bij elkaar.
Je kop in het zand steken. = Net doen alsof je het niet ziet.
Iemand zand in de ogen strooien. = Misleiden, expres iets zeggen dat helemaal niet waar is.
Zand erover! = Laten we het maar vergeten.
Als een vis in het water. = Je ergens erg prettig bij voelen.
Naar de haaien gaan. = Kapot, stuk gaan.
Microscoop in de klas
Heel interessant is het om verschillende soorten zand onder een microscoop te bekijken.
”Oh, juf het zijn allemaal stenen”.
”Wat een mooie kleuren”.
De microscoop zo neerzetten dat iedereen die dat wil even kan kijken. En gedurende het project gewoon laten staan.
Zintuiglijke ontwikkeling
Nodig: zeewater en kraanwater.
Doe wat zeewater en wat kraanwater in twee glazen of potjes.
Bekijk het, ruik eraan, proef eraan en voel eraan. Zijn er verschillen?
Misschien kun het wel onder de microscoop bekijken.
Op een zwart karton wat druppels zeewater laten opdrogen. Er blijft zout over. Of een oud pannetje nemen en voorzichtig wat zeewater laten droog koken.
Soorten zand
Nodig: strandzand, tuinzand, potgrond.
Zie werkblad: soorten zand.
Zet de drie soorten zand in schaaltjes op tafel.
Wat is dit voor zand? Waar kun je het vinden?
Waarvoor gebruiken we het?
Kan dat een bloembak met tuinzand?
Of een zandbak met potgrond? Waarom niet?
De goede rubriekkaartjes bij de schaaltjes leggen en dan de juiste kaartjes erbij leggen.
Rekenspelletjes met schelpen
Twee aan twee sorteren.
Van groot naar klein leggen.
Puzzelen: een aantal schelpen van verschillende vormen en maten zijn omgetrokken op een vel papier: welke schelp hoort waar?
Schelpen sorteren.
Boter-kaas en eieren met twee verschillende soorten schelpen.
Stempelen
Met grote letterstempels kunnen verschillende woorden worden gestempeld. De kinderen kunnen die stroken bij de “schelpenverzameling” of bij het “juttersmuseum” leggen.
Ze kunnen ook stroken nastempelen en er een mooie tekening bij maken.
Aquarium
In een aquarium, met een pomp, kun je een echte zoetwatermossel goed bekijken.
De mossel kan uit een meer gehaald worden, maar ze zijn ook te koop bij de dierenhandel.
De mossel opent zich en zijn voet is dan goed te zien.
(Dit lukt niet met een mossel uit zee, omdat het zeewater niet goed gehouden kan worden.)
Bewegingsonderwijs
Golven van de zee (bladmuziek)
Golven, golven, golven van de zee,
de zee is groot de zee is zout
zee, zee, zee.
Nodig: Een grote lap stof of voering van ongeveer 2x2 meter (of groter)
De groep in vieren delen. De vier groepjes aan de zijkanten van de lap laten staan en het vasthouden. Tijdens het gezongen stuk staan alle kinderen aan de zijkanten en bewegen het doek met grote golven. Dan wordt het liedje neuriënd herhaald en gaan twee groepen die tegenover elkaar staan tegelijkertijd onder de lap door, op hun hurken, naar de overkant. De andere twee groepen houden goed vast en neuriën het liedje, terwijl ze kleine golven maken. Dan weer samen zingen en grote golven maken. Daarna gaan de anderen eronderdoor, terwijl de rest neuriët.
Schipper mag ik overvaren?
De kinderen staan in een lange rij naast elkaar. De schipper (tikker) staat in het midden van de zaal. De kinderen moeten proberen naar de overkant te komen.
Samenzang:
(Kinderen:) Schipper mag ik overvaren, ja of nee? Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
(Schipper) Ja! (Bij “nee” gebeurt er niets, de kinderen mogen dan naar de overkant, zonder getikt te worden)
(Kinderen) Hoe?
(Schipper) Zoals ik het doe!
(Kinderen) Hoe doe jij dat dan?
Schipper doet een beweging voor. De kinderen doen hem na en proberen ongetikt aan de overkant te komen. Ben je af dan maak je een soort “Chinese muur”, in het midden. De anderen mogen wel door de poortjes heen.

Dansles in de speelzaal
Inleiding: Het strand
De kinderen zitten verspreid in het lokaal op de grond.
Laat ze kort vertellen wat je op het strand kunt doen, zoals lopen of rennen in het zand, of springen op hard nat zand.
Bewegingsverhaal:
Neem de kinderen mee in een klein bewegingsverhaal. Laat de volgende bewegingen, ondersteund door het spel op een handtrom, aan bod komen.
Loop met zware, duwende bewegingen, alsof je door het losse zand loopt.
Speel een zwaar ritme, door langzame, vegende bewegingen over het vel van de handtrom te maken.
Maak voetafdrukken met de teen, hiel, zijkant of hele voet in het zand. (rustig wandelritme op de trom)
Maak snelle, voorzichtige pasjes, alsof je voetzolen geprikt worden door scherpe schelpen.
Blijf af en toe even stil staan op zacht zand zonder schelpen.
Dansen als grote en kleine golven.
De kinderen staan op een vrije plek in het lokaal. De kinderen proberen op muziek allerlei bewegingen met hun armen uit. Als de muziek harder klinkt worden de bewegingen groter, heviger. Later golfbewegingen maken met het hele lichaam.
Golven in tweetallen.
Verdeel de groep in tweetallen. Elk tweetal probeert samen te “golven”. Dit kan staand, zittend of liggend.
Water.
De kinderen zitten in een kring op de grond met de handen los. We beelden ons in dat we in het “pierebadje” aan het strand zitten. Allerlei bewegingen worden voorgedaan en nagedaan. Bijvoorbeeld: waterspetteren, fontein (boog van beide armen), omhoog-omlaag, boog, alle armen naar elkaar toe richten om een denkbeeldig dak te vormen. Vingers “druppelen” naar beneden.
Expressie

Brooddeeg
Op een stuk stevig karton een eiland van brooddeeg maken. Schelpen erin duwen voor de versiering. Met verdunde blauwe ecoline de zee kleuren. Aflakken. Het is ook erg leuk om er een vuurtoren van karton in te plaatsen.
Structuurverf
Meng wat strandzand door de verf. Dan krijg je een soort structuurverf. Dit is heel vreemd om mee te schilderen, maar wel leuk!
Stevig karton gebruiken!
Wasco en ecoline
Op een vel stevig tekenpapier met wasco laten tekenen. Daarna met wat kleurtjes met water verdunde ecoline erover. Geeft een prachtig resultaat. Vooral als er met wit wasco is getekend.
Er kan bijvoorbeeld een strand met een rood-witte vuurtoren getekend worden.
Of een kwal in wit en lichtblauw.
Of allerlei mooie schelpen en zeedieren.
Een vlieger vouwen
Van grote stevige vouwbladen een vlieger vouwen. Mooi versieren naar eigen idee. Een staart met strikjes eraan.

Een kwal vouwen
16 vierkantjes vouwen, in knippen en omvouwen volgens vouwvoorbeeld.
Crêpepapier slingers eraan en op een vel papier plakken. Of twee kwallen maken en tegen elkaar plakken; touwtje eraan en ophangen.
Kaars
Een waxinelichtje in een standaard van klei drukken. Schelpen langs de randjes insteken.
Je mag je eigen vorm bedenken.
Zandkasteel
Teken op stevig tekenpapier met een dikke zwarte viltstift, of zwart wasco een kasteel.
Insmeren met plaksel en zand erover strooien.
De kinderen kunnen ook iets schilderen met plaksel en zand erover strooien.

Schelpenketting
Zoek schelpen met een gaatje (door de boormossel).
Als er veel zijn kunnen ze om en om geregen worden met bijvoorbeeld een kraal, een stukje gekleurd rietje of een propje zilverfolie. Als er niet zoveel zijn, per ketting één schelp. De schelp zilver of goud schilderen een mooie knikker (parel) erin lijmen en aan een stevige katoenen draad hangen.
Materiaal

Liedjes en versjes
Scheppen in het zand (bladmuziek)
We scheppen diepe kuilen in het zand
We maken hoge torens op het strand
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen, scheppen, scheppen maar
We scheppen hier, we scheppen daar
We scheppen maar
De golven komen hoger
De golven komen hoger het scheppen is gedaan
De torens zijn gebroken, we blijven hier niet staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet langer staan
De golven rollen af en aan, we blijven hier niet staan
Een schip (bladmuziek)
Een schip, een schip, vaart over zee,
Brengt dat schip wat lekkers mee?
Een schip, een schip vaart over zee,
wat brengt dat schip wel mee?
Schipper, mag ik overvaren? (bladmuziek)
Schipper, mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan een cent betalen, ja of nee?
Ja!
Hoe?
Zoals ik het doe!
Hoe doe je dat dan?
Zo! (de schipper doet nu een bepaalde beweging voor)
Golven wiegen (bladmuziek)
Golven wiegen, meeuwen vliegen, over ’t water van de zee
Al die visjes in het water wiegen met de golven mee.
Taartjes eten (bladmuziek)
Wie komt er bij mij taartjes eten, taartjes aan het strand?
’k Heb grote en kleine met krenten en rozijnen
Van ’t allerbeste zand.
Garnalenlied (bladmuziek) (door: Daan Zonderland)
Er zwom een garnaal door het Kattegat, hij was op weg naar Zweden
Daar was door een droevig ongeval, zijn tante overleden.
Tralalala, tralalala, zijn tante overleden.
Zij was een echte barones in de garnaalse adel
Ze was gevallen van haar paard, een zeepaard zonder zadel.
Tralalala, tralalala, een zeepaard zonder zadel.
Daarom was haar bedroefde neef, op weg naar ’t verre Zweden
Ach, niemand weet hoeveel er door garnalen wordt geleden.
Tralalala, tralalala, garnalen wordt geleden.
Aan de kust
Heerlijk springen in de golven,
Lekker graven in het zand,
Vader weg, totaal bedolven,
Moeders benen rood verbrand.
Grote zand kastelen bouwen,
Schelpen zoeken op het strand.
Echt een dag om van te houden
Aan de kust van Nederland.
Schelpen zoeken (bladmuziek)
Schelpen zoeken op het strand,
Kijk je vindt ze in het zand
Mooie schelpen groot en klein
Alle kleuren die er zijn
Vele schelpen in mijn handje
Kijk ik stop ze in mijn mandje
Golven van de zee (bladmuziek)
Golven, golven, golven van de zee
de zee is groot de zee is zout,
zee, zee, zee.
De mosselman (bladmuziek)
Zeg ken jij de mosselman, de mosselman, de mosselman?
Zeg ken jij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Ja, ik ken de mosselman, de mosselman, de mosselman!
Ja, ik ken de mosselman, hij woont in Scheveningen!
Samen kennen wij de mosselman, de mosselman, de mosselman.
Samen kennen wij de mosselman, hij woont in Scheveningen?
Zand op je boterham (bladmuziek)
Lekker rennen in je blootje
schelpen zoeken op het strand
varen in een rubberbootje
zonnen in een warm land
en overal ligt zand
Zand op je boterham
zand in je haar
bah, wat voelt dat naar
zand in je oren,
van achter en van voren
zand, zand, zand
Lekker scheppen met je schepje
tunnels graven in het zand
je hebt een pet op met een klepje
want je neusje is verbrand
en overal ligt zand.
Zomer (R. A. van Pelt)
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan gaan wij naar het strand.
Wij maken met elkaar een fort dicht bij de waterkant.
Als ’t zomer is, als ’t zomer is trek ik m’n badpak aan.
En aan ’t randje van de zee mag ik in ’t water gaan.
Als ’t zomer is, als ’t zomer is dan komt de ijscoman.
Een ijsje krijg ik wel van mam, daar lik ik lekker van.
Tuttebollekakkie gaat een dagje naar het strand (Uit: Het Grote Liedjesboek)
De vuurtorenwachter
De vuurtorenwachter woont heel alleen
In zijn vuurtorenhuis van witte steen
Hij zit er wel vrij, want hij heeft geen buren
Alleen maar zee om naar te turen.
Soms ziet hij een schip op de oceaan,
Maar dat vaart voorbij, nooit legt er eentje aan.
Alleen als hij jarig is, 17 mei,
Dan komt er een roeiboot met vriendjes langszij
De hond en de meeuw en de witte muis,
Die vieren dan feest in het vuurtorenhuis.
De muis loopt voorop, de hond erachter
Lang zal hij leven, de vuurtorenwachter!
Slaapversje
Slaap maar, kindje, slaap maar
Buiten zingt de zee
jij wiegt als een scheepje
op de golven mee
Kindje, breng een schelpje
uit de grote zee
op je rose handje
voor je moeder mee
Kindje, ‘k leg dat schelpje
op mijn kussen neer
’t is om naar te luisteren
honderd keer en meer
Op het strand van Ameland
Op het strand van Ameland
liggen zeven schelpen
nummer een is groen,
nummer twee is rood,
nummer drie is klein,
nummer vier is groot,
nummer vijf heeft ribbels
nummer zes heeft snibbels
nummer zeven is een vlug dingetje
en ze liggen met z’n allen in een kringetje.
De koning op vakantie (Uit: Het Grote Versjesboek)
Een visje van zand (Uit: Het Grote Versjesboek)
Terug naar boven... |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|