Uilen
Algemeen
Het project uilen staat hier bij de herfstprojecten. Gevoelsmatig vind ik deze tijd uitnodigend om over de uil te werken. Maar het kan natuurlijk ook op andere momenten in het jaar plaatsvinden. Bijvoorbeeld in de lente als er uilskuikens zijn.
Inleiding

Uilen behoren tot de familie van de roofvogels. Ze hebben geluiddempende veren, zodat ze haast zonder geluid kunnen vliegen. Ze hebben heel goede oren, sommige uilen hebben pluimpjes op hun kop die op oren lijken, maar dat is niet zo. Ook hebben ze zeer goede ogen en een scherpe snavel. Uilen hebben een intelligente blik in hun ogen. Er zijn vele soorten. Bijvoorbeeld: Ransuil, Kerkuil, Oehoe, Bosuil, Velduil, Steenuil.
Als je dicht in de buurt van een Natuur-bezoekerscentrum woont, kun je misschien eens vragen naar uilenballen.
Kringgesprek
Zorg voor prentenboeken en informatieboeken over uilen. (Misschien is er iemand in je omgeving die een opgezette uil te leen heeft) In natuurbladen zijn vaak mooie foto's van uilen te vinden. Op internet zijn ook mooie uilen te zien. (kijk op onze linxs pagina)
Wie heeft er wel eens een uil gezien? Waar? (Artis)
Wie kan er iets over een uil vertellen?
Zijn alle uilen hetzelfde? (Bekijk de boeken, plaatjes)
Wonen er uilen in Nederland in de bossen? (Ransuil, Velduil, Bosuil)
Waar wonen uilen nog meer? (Kerkuil in kerken, Steenuil op zolders en in holle knotwilgen)
Wat eet een uil?
Welk geluid maakt een uil? (er zijn CD's met vogelgeluiden)
Waarom zie je uilen bijna nooit? (ze slapen overdag)
Wie kent 'Meneer de Uil'? Waar woont die? (In fabeltjesland)
Lesideeën
Hoeken
Een tafel inrichten als expositietafel voor uilenfoto's, -boeken, -beeldjes, -knutsels enz.
Bijvoorbeeld met grottenpapier een grot maken, of een kasteel/kerk/ruïne bouwen van karton, of een holle boom (van ribkarton en grottenpapier erin) met (kale) takken eraan. Er kunnen dan geknutselde uilen ingehangen worden.
Taalontwikkeling
Uilenspreekwoorden:
Uilen naar Athene dragen.= Net zoiets als water naar de zee dragen; overbodig werk doen.
Een uiltje knappen. = Een middagdutje doen.
Een nachtuil zijn. = Altijd 's nachts in de weer zijn.
Je bent een uilskuiken. = Je bent een sufferd.
Zintuiglijke ontwikkeling en denkontwikkeling
Als je aan braakballen kunt komen, is het erg interessant om te kijken wat daar allemaal inzit.
Je zou dat allemaal kunnen ordenen, tellen en benoemen.
Als je laatjes van luciferdoosjes opgespaard hebt kun je die eerst schilderen, aan elkaar maken en een beetje watjes erin doen. Daar kunnen dan de verschillende botjes in gesorteerd worden.

Dramatiseren
Het boekje ‘Diep in het donkere bos’ zou leuk uitgespeeld kunnen worden. Drie kinderen met een uilen masker en drie kinderen met een bandje met eekhoorntjes oren.
Boeken
Prentenboeken:
Het bange uiltje; door Mark Ezra. Uitgeverij de Eekhoorn. ISBN 90.6056.583.5
Diep in het donkere bos; door Kazuo Iwamura. ISBN 90.3210350.
Uilskuikentjes; door Martin Waddell en Patrick Benson
De uil die bang was voor het donker; door Jill Tomlinson
Ollie het uilskuiken; door Tosca Menten en Alja Bronswijk
Informatie boeken:
Uilen van Europa; door Theodor Mebs.90.03.90183.x
De kerkuil; door Wolfgang Epple en Manfred Rogl. ISBN 90.290.9979.8
Uilen zijn nachtbrakers; door Jean F. Franco. ISBN 90.5329.015.x
Expressie
Uil op een tak
Maak van brooddeeg een uil. De veertjes kunnen met een schaar in geknipt worden. Zoek buiten een mooi
takje die je onder zijn pootjes vast maakt. Een paperclip aan de bovenkant insteken, om de uil later aan op te kunnen hangen.
Brooddeeg
3 koppen witte bloem
1 kop zout
1,5 kop water
Voeg zonodig bloem of water toe
De werkstukken worden in een gewone keukenoven gebakken op 175 °C.
Wanneer je de werkstukken bruin wilt hebben, bespuit ze dan enkele keren met water.
Tenen kransen of takjes kunnen meegebakken worden. Maar ga nooit hoger dan 200 °C, want dan gaat het hout smeulen.
Wanneer je tegen het deeg tikt en het klinkt alsof je tegen steen tikt, is het werkstuk door en door hard.

Uillampion
Niet alleen leuk als lampion, maar ook als sfeerdecoratie.

Uiltjes op een tak
Van ovalen vouwblaadjes kun je heel gemakkelijk uiltjes maken. Zie voorbeeld.
Filigraanuil
Papierstroken oprollen en tot een uil maken.

Stempelen
Met kurken een uil stempelen.
Kleuren: Licht- en donkerbruin, zwart, oranje, wit. Dit is mooi op een donkerblauw (nacht) of een donkergroen (bos) vel papier.

Uil als raamdecoratie
Een vel karton ± 30x40cm (groter mag ook). Een grote ronde cirkel eruit prikken, geel vliegerpapier erachter. Een paal van bruin sitspapier scheuren. Een voorgetekende uil uitprikken/knippen en op de paal plakken. De veren kunnen een beetje los geprikt worden en dat iets omgebogen, de ogen kunnen ook uitgeprikt worden. De pupil er weer in plakken. Een aparte snavel en pootjes erop plakken.

Uilenvlieger
Een flinke papieren zak. De vier hoeken van de bodem van de zak wegknippen. Aan de bovenkant van de zak vier nestelringetjes om touwtjes aan te bevestigen. De voor en achterkant versieren als een uil. Goed laten drogen en er mee de lucht in!

Een uil op een paal
Maak een melkpak (1 liter) schoon en droog aan de binnenkant. Wikkel bruin sits papier om de onderkant (paal) Knip in een stukje bruin crêpepapier kleine knipjes, wikkel het om het melkpak heen. Begin bij de paal en steeds verder naar boven. Het is hier het handigst om het melkpak flink in te smeren met lijm of plaksel. Een uilengezicht maken, naar eigen inzicht. Pootjes erbij knippen en plakken.
Uilenmasker
Uit knippen en versieren. Nestelringetjes aan de zijkanten en elastiekjes eraan vast.

Uil in een boom (toegemaild door: Elja Swart)
Maak een vel papier vochtig, smeer er gele, oranje en rode verf over.
Schilder met zwarte verf, met je vinger, een kale boom.
Schilder ook een uil, met grote ogen, op een tak van de boom.
Tenslotte nog wat sterren en de maan, met gele verf.
Materiaal

Liedjes en versjes
Het lied van de uil (bladmuziek)
De schemer doet alles vervagen,
De kikkers zingen een lied.
Vleermuizen beginnen te jagen,
De uil verkent zijn gebied.
De maan weeft haar zilveren draden,
Spint webben van boom naar boom.
Het bos gaat in toverlicht baden,
Het bos droomt zijn eigen droom.
De vogels der schemering zweven,
Zij vliegen onhoorbaar zacht,
Nachtdieren beginnen te leven
De uil schreeuwt luid door de nacht
'k Zag twee uilen samen huilen (bladmuziek)
'k Zag twee uilen samen huilen,
oh, het was een wonder,
't was een wonder boven wonder,
dat die uilen huilen konden.
Hi hi hi, ha ha ha,
'k stond erbij en ik keek erna!
Meneer de uil (bladmuziek)
Hallo meneer de uil, waar breng je ons naar toe?
Naar Fabeltjesland?
Eh, ja, naar Fabeltjesland!
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant?
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant!
Want daarin staat precies vermeldt
Hoe het met de dieren is gesteld!
Echt waar?
Echt waar!
Echt waar meneer de Uil?
Want dieren zijn precies als mensen
Met dezelfde mensenwensen
En dezelfde mensenstreken
Dat staat allemaal in de krant
Van Fabeltjesland!(3x)
De uil zat in de olmen (bladmuziek) (canon)
De uil zat in de olmen
Bij het vallen van de nacht
En over gindse heuvels
Daar roept de koekoek zacht:
Koekoek, koekoek.
De uil die op de peerboom zat (bladmuziek)
De uil die op de peerboom zat,
En boven zijn hoofd daar zat een kat
Van simmedomdeine van farilonla
En boven zijn hoofd daar zat een kat.
De uil vivat! De uil vivat!
De uil die schoot in ene droom
De uil die schoot in ene droom
En viel van boven neer de boom
Van simmedondeine van farilonla!
En viel van boven neer de boom
De uil vivat! De uil vivat!
Daar was er eens een oude uil (door: Renee Perry; hoi, een lied!)
Daar was er eens een oude uil die woonde op een tak
Hoe meer of hij hoorde, hoe minder of hij sprak
En alle dieren van het bos die vroegen hem om raad
En de uil sprak een vriend'lijk woord en maakte zich niet kwaad
Dus als je het eens moeilijk hebt, vraag raad dan aan de uil
En wil je weten waar hij woont: in 't bos houdt hij zich schuil
Daar zat ene uil en spon (bladmuziek)
En daar zat ene uil en spon, willewon.
En daar zat ene uil en spon.
En al op een zilveren spinnewiel.
Wiele, wiele, wiele, wiele, wileken.
Daar hij zijne kost mee won.
Drie huilende uilen (door: A.M.G. Schmidt)
Waarom zitten ze zo te huilen,
Deze zielige, oude uilen,
Waarom, zitten ze zo te huilen in die boom?
Zijn ze bits en ontevreden?
Is hun tante overleden?
Of hun opoe, of hun opa of hun oom?
Is er een uilenkind beneden
Door een autobus overreden,
Toen dat uilenkind ging wandelen in het bos?
Waarom zouden ze dan toch huilen,
Deze oude, dikke uilen,
Ssst, ik zal het je vertellen: 't is de Vos!
Heeft de vos hen dan gebeten?
Nee, hij kookt zijn avondeten
En hij maakt een uitje schoon, voor in de sla.
Strakjes zullen zij hun ogen
Met een uilenzakdoek drogen.
Is dit allemaal gelogen, denk je? JA!
Veertien uilen (door: A.M.G. Schmidt)
Jonkheer van Emmelebom tot Zuilen
Reed met een wagentje door de stad,
Reed met een wagentje vol met uilen,
Die hij voor letterbanket wou ruilen,
Omdat hij daar zo'n zin in had.
Iedere uil zat op een lat,
Zo reed de jonkheer door de stad.
Voor alle ramen en voor alle deuren
Stonden de mensen verbaasd en star,
Toen ze het wonder zagen gebeuren,
Dat daar een jonkheer liep te leuren
Met veertien uilen op een kar.
Iedereen vond het een leuk idee,
Maar om ze zelf te hebben?
Nee! O, wat die mensen allemaal praatten
Over die uilen! Denk eens an,
Die daar op uilebalkjes zaten
En die daar hobbelden door de straten;
Niemand begreep er het fijne van.
Maar er was nergens een man of vrouw
Die ook maar één uil hebben wou!
Maar wie deed daar zijn deurtje open?
Dat was de bakker van brood en beschuit,
Hij had de jonkheer al lang zien lopen,
Hij wou die uilen wel allemaal kopen,
Daarom kwam hij zijn huisje uit.
En voor een kilo fijn banket
Kreeg hij de uilen bij zijn bed.
Jonkheer van Emmelebom tot Zuilen
Ging weer terug naar zijn huis aan de Vecht.
Wel met een letter, maar zonder zijn uilen
En hij moest even een klein beetje huilen:
Hij was zo vreselijk aan ze gehecht.
En als je nu nog weten moet
Wat of een bakker met uilen doet?
Tegen de muizen, tegen de muizen,
Tegen de muizen! Is het zo goed?
Er was eens een man
Er was eens een man,
Die had een uil.
De uil zat op de deur.
De man keek de uil an,
De uil keek de man an,
En zo begon 't weer van voren af an·
Er was eens een man,
De uil met zeven zuurtjes (door: Diet Huber)
De uil zat op een dikke tak
met zeven zuurtjes in een zak.
De egel riep van bij de haag:
“Ik lust die zuurtjes ook zo graag!”
De tor riep van een grote steen:
“Ach, lieve uil, mag ik er één?”
’t Konijntje riep vanuit zijn hol:
“Op zulke zuurtjes ben ik dol.”
De hagedis riep uit de hei:
“Toe, uiltje, geef er één aan mij!”
En wat deed de uil?
Hij schudde zijn gierige uilekop
en at zelf alle zuurtjes op!
Terug naar boven...
|