|
Jan Klaassen als Kerstman
Poppen: Jan Klaassen, Katrijn, Kerstman, agent. Katrijn zegt tegen Jan dat ze even boodschappen voor de Kerst gaat doen. Jan blijft alleen achter. Hij laat de kinderen een baard zien en laat ze raden wat hij daar mee gaat doen. Hij gaat zich verkleden als Kerstman! Hij heeft ook nog een muts en een kussen voor een dikke buik. Deze drie dingen trekt hij achter de coulissen aan, telkens laat hij zien hoe ver hij is. Als het klaar is gaat hij ook naar buiten. Daar is Jan weer in gesprek met de kinderen, wat zouden de mensen ervan zeggen? Daar komt iemand aan, het is agent Snorremans. Niets verklappen, hoor! Agent Snorremans herkent Jan niet en denkt dat het de Kerstman is. Als de agent weg is, is Jan helemaal blij. Daar komt weer iemand, het is de Kerstman. Ze kijken elkaar aan, schrikken en rennen ieder een kant op. Komen voorzichtig weer terug en weer weg. Dan kijken ze nog een keer en praten tegen elkaar. Jan begint: U bent de Kerstman. Maar jij ook, zegt de Kerstman! Dan legt Jan uit dat hij zich graag als Kerstman verkleedt en dat de agent hem net niet herkend heeft. Ze willen gaan uit proberen of Katrijn het zal opmerken. En ze horen haar aankomen. De Kerstman verdwijnt. Daar is Katrijn ze groet de Jan, de Kerstman, en vraagt hoe het gaat, of al het werk wel afkomt. Anders zal ze Jan wel even sturen om te helpen. Dat vindt deze Kerstman een uitstekend idee. Katrijn gaat naar huis. De echte Kerstman komt er weer bij. Hij vindt het een geweldig plan, Jan is net een echte Kerstman. Dus Jan gaat de Kerstman echt helpen. Beiden gaan ze af. Katrijn is thuis en zoekt Jan, ze roepen met zijn allen. Eindelijk komt hij eraan. Katrijn vertelt van de Kerstman en dat Jan hem wel kan helpen. Jan houdt zich van de domme en verkleedt zich weer als Kerstman. Hij laat zich bewonderen door Katrijn. Katrijn geeft hem een heerlijke tulband mee, voor als beide Kerstmannen klaar zijn met hun werk. |
